Martin Hasselbaink werkt sinds 2019 bij UW als ontwikkelconsulent op de UWA (Utrechtse Werk Academie). In die rol begeleidt hij mensen die net bij UW binnenkomen of medewerkers die vastlopen op hun afdeling.
Martin ziet de veranderingen die UW doormaakt van dichtbij en ervaart dagelijks wat het betekent om meer focus te leggen op ontwikkeling in plaats van alleen op productie.
Van productie naar ontwikkeling
‘De verandering waar we nu in zitten, die is best wel groot. Die gaat op alle vlakken,’ vertelt Martin. Als ontwikkelconsulent op de UWA ziet hij mensen uit drie stromen binnenkomen: nieuwe medewerkers vanuit gemeentelijke trajecten die bijvoorbeeld uren moeten opbouwen, mensen die op een afdeling bij UW vastlopen, en mensen in bijzondere trajecten zoals het traject voor statushouders of voor alleenstaande ouders..
Het grootste verschil met vroeger? ‘Ik ben niet meer bezig met de productie, maar met de mensen. Wat kan je, wat wil je en waar gaan we naartoe?’ Vroeger was het doel duidelijk: productie draaien. Nu gaat het erom wat mensen kunnen binnen die productie. ‘De manier waarop je het doet en hoe je ermee bezig bent, is veel belangrijker dan dat er aan het einde een pallet klaar staat.’
‘Je moet meer geduld hebben. Je bent bewuster met die mensen bezig. Je moet meer overleggen.’
Die omschakeling vraagt wat van Martin. ‘Je moet meer geduld hebben. Je bent bewuster met die mensen bezig. Je moet meer overleggen.’ Waar hij vroeger iemand zou aanspreken op te veel praten tijdens het werk, ziet hij dat nu als een aandachtspunt dat hij kan bespreken met de collega die het traject heeft aangevraagd. ‘Waar gaat het dan over? Misschien zegt hij wel iets wat ik nog helemaal niet weet, of iets waar we verder op kunnen borduren.’
Een diagnose in drie maanden
De UWA werkt met een duidelijk doel: binnen drie maanden moet er een beoordeling komen. ‘We kijken naar de werknemersvaardigheden. Wat kunnen ze wel, wat willen ze niet, waar kunnen we nog op sturen?’ Sinds kort krijgt iedereen een nulmeting in Werkstap, zodat er een helder startpunt is.
‘Als ze bij ons vandaan gaan, heeft de re-integratieconsulent iets om mee te werken. Ze weten dan of iemand al dan niet zelfstandig aan het werk kan buiten UW.’ Die korte periode van drie maanden maakt het werk intensief. ‘Voorheen zaten mensen er negen maanden. Dat was veel te lang. In drie maanden kunnen we ook de (on)mogelijkheden in beeld brengen.’
Van koud naar warm
Toen Martin in 2019 bij UW begon, vond hij het ‘best een koude bedoening.’ Hij had nog steeds contact met collega's van zijn vorige werkplek en dacht regelmatig: waar ben ik in beland? ‘Maar als ik nu kijk hoe de mensen met elkaar omgaan... ondanks gemok en gedoe, doen ze dingen voor elkaar en stellen ze vragen aan elkaar. Die kou is er niet meer, ik vind het heel erg veranderd.’
‘Die kou is er niet meer, ik vind het heel erg veranderd.'
Waar komt die verandering vandaan? Martin denkt dat het deels aan de wisseling van de wacht ligt, maar vooral aan de cultuur. ‘Er zijn hier heel veel wisselingen geweest, waardoor mensen die zich niet meer thuis voelden of oud zeer hadden zijn vertrokken. Dat brengt een frisse nieuwe wind.’
Hij merkt het in de dagelijkse gang van zaken. ‘Je praat nu meer mét mensen in plaats van óver mensen. Als iemand bij me komt met zijn verhaal, zoals een medewerker die regelmatig even moet spuien, dan weet ik nu: hij komt om een reden. Hij wil iets kwijt. Vroeger zou ik denken: daar komt hij weer aan. Nu denk ik: hij vindt dat hij bij mij terecht kan. En daar ben ik dan blij om.’
Luchtballon zoekt begrenzing
De verandering brengt ook onrust met zich mee. ‘Ik zit nu eigenlijk in een soort luchtballon die gaat waar de wind waait. Niemand zegt dat ik het niet goed doe, maar ik wil dat die luchtballon alleen binnen bepaalde kaders kan vliegen. Dan weet ik: tot zover kan ik gaan.’
Martin is blij met de leiding van Marlijn (Letema) en Inge (Werkhoven). ‘Die weten wel waar ze naartoe willen en doen wat met de dingen die wij aangeven. Ik heb niet meer het gevoel te zwemmen, dat is fijn.’ Maar hij is ook realistisch. ‘Aan de ene kant doe ik mee met het dromen over de verbouwing van de UWA, maar ik wil het eerst zien. Voor mij gaat de UWA pas verbouwen als de zaag in die muur zit.’
Die onrust uit zich ook praktisch. ‘Ik zou willen dat ik mijn dag kan plannen en dat ik aan het eind van de dag ook heb kunnen doen wat ik wilde. Dat kan nu niet, omdat nog niet alles geregeld is.’ Tegelijk weet hij dat verandering tijd kost. ‘En hoewel het nog wel even kan duren, heb ik nu wel het vertrouwen dat het goed komt.’
Hiërarchie met korte lijnen
Een opvallende verandering is de toegankelijkheid van leidinggevenden. ‘Er zijn nu meer lagen tussen gekomen, maar iedereen is veel makkelijker benaderbaar. Als ik Frank iets wil vragen en ik zie hem in de gang, dan vraag ik het gewoon.’ Ook met directeuren als Sjoerd en Wobbe Jan voelt het anders. ‘Vroeger was er veel schroom. Nu zeg je gewoon de dingen zoals je ze ziet.’
‘Er zijn nu meer lagen tussen gekomen, maar iedereen is veel makkelijker benaderbaar.'
Die veiligheid maakt dat Martin niet bang is om zijn mening te geven. ‘Ik ben niet bang om tegen Sjoerd, Wobbe Jan of Marlijn te zeggen hoe ik erover denk. Als er iets niet gaat zoals afgesproken, dan zeg ik dat gewoon.’ Die directheid werkt ook andersom. Toen hij een beslissing nam die tegen een afspraak inging, reageerde Marlijn met: ‘Je weet hoe ik erover denk, maar als dat jouw beslissing is voor de afdeling, dan gaan we dat doen.’
Het risico van productiedruk
Kan het ook misgaan? Martin ziet één groot risico. ‘Als de balans tussen werk en ontwikkelen weer de verkeerde kant uitslaat, als ze zeggen dat we ons eigen brood moeten verdienen en we weer productie moeten draaien, dan ben je van het ontwikkelen af.’
En hij ziet dat de huidige aanpak werkt. ‘Je krijgt goede gesprekken met de mensen. Mensen geven aan dat ze het fijn vinden. Er is heel weinig gedoe op de vloer.’ Mensen voelen zich gehoord. ‘Het is niet meer dat ze komen omdat ze een traject moeten doen. Je vraagt: hoe gaat het, vertel eens wat van jezelf?’
Over een jaar
Waar wil Martin over een jaar trots op zijn? ‘Dat de UWA qua indeling is zoals we dat graag willen en dat het mijn werk makkelijker maakt. Dat ik kan zeggen: die drie mensen ga ik testen, want de testruimte is beschikbaar.’ Maar hij is ook eerlijk: ‘Als alles dan geregeld is en het wordt routine, wordt het saai. Er moet voor mij wel genoeg afwisseling blijven.’
Gelukkig ziet hij genoeg uitdaging. ‘Elke nieuwe kandidaat is weer een uitdaging op zichzelf. Met de testen en met Melba (methodiek om arbeidsvaardigheden in kaart te brengen, red.) kunnen we straks een mooie blauwdruk van iemand maken: hij kan dit, dan past dit werk en dan moet dat worden aangepast.’
Complementair samenwerken
Martin werkt nauw samen met Erika, en ze vullen elkaar goed aan. ‘We denken hetzelfde, we willen hetzelfde. Alleen in de uitvoering verschillen we.’ Als er afspraken niet nagekomen worden, springt Martin zelf vaak in het gat. ‘Ik ben 60 en gepokt en gemazeld. Ik denk vaak: je kunt je er heel druk om maken, maar je kunt ook stap voor stap vooruit.’
‘Ik denk vaak: je kunt je er heel druk om maken, maar je kunt ook stap voor stap vooruit.’
‘Ik kom elke dag met plezier naar mijn werk. Er is geen dag hetzelfde,’ besluit Martin. ‘Ik zeg altijd: ik heb het leukste vak van de wereld. Ik had het alleen veel eerder moeten doen.’